21 mei

‘Hemel’

ds. Jantine Heuvelink



‘Wie weet waar de hemel is?’, vraagt juf Els in de klas.
Arjan steekt meteen zijn vinger omhoog: ‘Boven in de lucht, daar is de hemel!’.
Maar Bert zegt ‘Nee, de hemel is onder de grond, want mijn opa is in de hemel en die hebben ze begraven’.
‘In mijn hart is de hemel, dat zegt mijn tante’, zegt Carla.
‘Nou’, zegt David, ‘toen ik in Disneyland Parijs was, dat was pas echt de hemel!’.
Evelien gaat staan en zegt heel plechtig: ‘Ik ben een keer in de hemel geweest’.
‘Wat?’, de hele klas kijkt verrast naar Evelien.
‘Ja, met het vliegtuig, toen gingen we zo hoog, dat we boven de wolken kwamen, en dat is de hemel’.
Floris zegt: ‘Ik heb een nieuwe game op mijn gameboy en dan kan ik tot het 8e level, dat is de hemel’.
Gloria steekt ook haar vinger op en zegt: ‘Ik heb een hemelbed en als ik ’s nachts naar bed ga, dan zijn er boven mij allemaal sterretjes’.
Hugo heeft al een tijdje zitten denken en zegt: ‘Jezus ging toch naar de hemel? Nou, dan is de hemel waar God is’.
Dan zegt Iris met dromerige ogen: ‘Ik ben verliefd en mijn moeder heeft gezegd dat je dan in de zevende hemel bent, dus dit is de hemel, waar ik nu ben’.
‘Hemeltje lief!’, zegt juf Els, ‘jullie weten alles van de hemel! Ik hoef jullie niks meer te vertellen!’.
En zo is het.

17 mei

'Geheim'

door ds. Jantine Heuvelink


Verhaal bij Exodus 20: 1-21

Wat is dat? Voorin de klas op de tafel staat een doos. Of eigenlijk is het een kist, of meer een kistje. Het ziet eruit als van hout, of is het van steen? Hij is heel donker bruin, bijna zwart en met allemaal patroontjes erin. En het kistje heeft een gouden slot, en gouden scharnieren. Wow.

Alle kinderen staan op een afstandje te kijken naar het kistje. Op een afstandje ja, want naast het kistje staat een bordje ‘niet aankomen!’.

‘Dat betekent dat je op anderhalve meter afstand moet blijven staan’, zegt Milou beslist.

Nou ja, dat nemen de andere kinderen dan maar even van haar aan.

Mmf, het kistje ruikt apart, een beetje oud of zo.

Eindelijk, daar is meester Bart.

‘Meester Bart!’, zeggen de kinderen, ‘wat is dat voor kistje?’

Meester Bart loopt naar de tafel toe en zegt ‘Dit kistje bewaart een geheim’.

Echt? Alle kinderen kijken van meester Bart naar het kistje. Oh…

‘Willen jullie weten wat er in zit?’, vraagt meester Bart.

Ja, natuurlijk willen ze dat! Iedereen is supernieuwsgierig.

Wat niemand verwacht is dat meester Bart het kistje zo open kan maken, zonder sleutel. Het zit niet eens op slot! En wat al helemaal niemand verwacht, is wat ze vervolgens zien: namelijk een leeg kistje…

Wat? Is het kistje leeg?

‘Nee’, zegt meester Bart, ‘het kistje is niet leeg, kijk eens goed’.

Ah, nu zien ze het: op de bodem van het kistje ligt een kaart. Meester Bart laat de kaart zien, het is een ansichtkaart.

Op de voorkant van de kaart staat een berg – en op de achterkant van de kaart staat een tekst.

Het zijn zoveel woorden, die kunnen de kinderen niet 1-2-3 lezen.

‘Is dit het geheim?’, vraagt Anouk.

‘Ja’, zegt meester Bart, ‘of, nou eigenlijk, dit, - en hij wijst op de berg op de voorkant van de kaart -, dit is de plek waar ik een keer iets van het geheim heb ontdekt. En dit, - hij wijst op de tekst op de andere kant van de kaart-, dit zijn woorden die mij iets over dat geheim vertellen’.

Huh, de kinderen kijken naar de berg en de woorden en ze denken allemaal wat alleen Freek hardop durft te zeggen: ‘welk geheim?’.

Meester Bart kijkt alle kinderen aan en zegt dan, een beetje plechtig zelfs: ‘Het geheim van waar het allemaal om gaat in dit leven, het geheim van God, van de liefde, van ons bestaan. In die woorden en op die berg heb ik daar iets van ontdekt. Snappen jullie dat?’

Nee daar snappen de kinderen helemaal niets van.

Zit dat waar het om gaat in het leven als geheim in een kistje? Kun je daarvan iets vinden op een berg en in woorden?

Dat is toch niet begrijpen, wat meester Bart zegt? Of snap jij het wel?

3 mei

'Vrij zijn'

door ds. Jantine Heuvelink



Mama, hoezo is het dan feest op 5 mei?

We vieren dan de bevrijding van Nederland.

Echt, gaan we dan vieren dat we al zo lang vrij zijn van school?

Nee niet van school, we vieren van de oorlog, dat die voorbij is.

De oorlog, o ja! Maar dat is al héél lang geleden. Dat was toen oma nog niet eens geboren was, toch?

Ja, die oorlog is wel lang geleden, maar de vrijheid die is van vandaag, en daar gaat het om. Weet je, jij en ik en oma, wij weten allemaal niet wat oorlog is. Maar míjn oma, die wist het wel. En er zijn ook heel veel mensen die net zo oud zijn als jij en ik, die het ook weten wat oorlog is. Omdat ze gevlucht zijn, bijvoorbeeld uit Syrië. En als je hoort over de oorlog, hoe erg dat is, omdat dan mensen bang zijn en dood gaan en hun huis achter moeten laten, dan weet je ook hoe fijn het is dat er in Nederland geen oorlog is. En dat vieren we op Bevrijdingsdag, dat er in Nederland geen oorlog is.

Mam?

Ja.

Denk jij dat er nog een keertje oorlog komt in Nederland?

Ik hoop het niet. Maar het kan wel. En daarom is het zo belangrijk dat we op 4 mei bedenken hoe erg de oorlog was en op 5 mei vieren dat we vrij zijn.

Maar het hoeft niet per se, toch?

Nou, weet je, heel veel mensen vinden van wel, ik ook. Omdat je anders zou kunnen vergeten hoe erg oorlog is. En ook omdat we heel vaak niet eens bedenken dat het helemaal niet logisch is dat we in vrijheid leven en dat we niet bang hoeven te zijn op straat in Nederland. Want dat is voor heel veel mensen in de wereld niet zo. Dus juist omdat jij en ik niet weten hoe het gaat als het oorlog is, moeten we extra goed bedenken en onthouden dat we dat ook nooit willen meemaken. 

Oké, mag ik nu weer spelen?

Ja hoor, ga maar, je bent vrij.

12 april

Paasmorgenviering

door ds. Jantine Heuvelink



Mama, waarom maak je me wakker?

Omdat het Pasen is.


Vandaag, echt? Is nu alles nieuw geworden? Is het coronavirus voorbij? 

Nee, liefje, dat is er nog, helaas.

O, maar Pasen, dat is toch een nieuw begin, dat heb je zelf gezegd! Dat is toch dat Jezus niet meer dood is maar leeft, is dat dan niet waar?

Ja, dat is wel waar.

Maar hoe kan het dan dat alles nog hetzelfde is gebleven?

Alles is niet hetzelfde gebleven, alleen je moet ander kijken. Met Pasen verandert niet de wereld, maar de mens. En dat gebeurt niet meteen, dat gebeurt als je het ziet en het begrijpt.

Nou, ik begrijp het dan blijkbaar niet.

Kijk, Pasen gaat om vertrouwen krijgen in dat verhaal van God en in het leven van Jezus. Pasen gaat om zien dat het waar is, dat liefde sterk is als de dood,
geloven dat het kan om trouw te zijn aan je medemens,
weten dat er geen mens is, voor wie geen plek zou zijn in deze wereld
opstaan tegen onrecht en geweld
vertrouwen dat je nooit buiten het bereik van God bent
Leven zo dat de woorden van God waar worden in ons

O, is dat Pasen. Ik dacht dat Pasen iets is wat God doet.

Ja, dat is ook zo, maar Pasen is ook iets wat mensen doen.

Maar wat moet ik dan nu doen?

Jij? Jij moet opstaan!

5 april (2)

'Wat een stille week'

Verhaal ter opmaat van de online kerkdienst van 5 april 2020 (Palm- en Passiezondag) door ds. Jantine Heuvelink


Mama, heet dit echt de stille week? Hoe stil moet het eigenlijk zijn? Zo stil als nu? Dat we helemaal niemand zien en dat we niet naar school gaan en dat er haast geen auto’s rijden en niemand ergens heen gaat?

Het is zo wel heel stil he?

Ja. Ik vind het saai. En ik mis mijn vrienden. En ik heb soms zin om heel hard te schreeuwen.

Dat snap ik wel. Weet je, volgens mij past dat ook goed in een stille week. De Stille Week van Pasen heet zo, omdat deze week anders is, omdat we stilstaan bij het verhaal van Jezus, het lijdensverhaal, en omdat we daar ook stil van worden, omdat het zo verdrietig is, dat mensen Jezus zo slecht begrepen en zo kwaad op hem waren of bang voor hem waren, dat ze hem dood wilden hebben. Als je stil staat bij het verhaal en er stil van wordt, ja dan kan het gebeuren, wat jij hebt, dat je eigenlijk heel hard wilt schreeuwen, omdat je boos bent of verdrietig. Dat kan heel goed.

Dus het is niet meteen fout als je deze week toch lawaai maakt?

Nee, dat geeft niet.

Oh gelukkig, want weet je mam, wie er heel veel lawaai maken juist als het heel stil is?

Nee, weet ik niet, wat bedoel je?

De vogels! ’s Ochtends, heel vroeg, als het net licht wordt, dan word ik vaak wakker van de vogels bij mijn raam, en die gaan dan keihard. Wil je weten hoe hard? Fiewt, fiewt fiewt.

Ja ja, shh, ik weet wat je bedoelt.

En daar word ik dan wakker van.

Ja, dat heb ik ook.

Dus die zijn helemaal niet stil. Ook niet in deze stille week.

Nee, inderdaad.

Maar dat mag toch wel, mama? Vogels mogen wel lawaai maken toch? Want zij kunnen toch niet weten dat het een stille week is omdat het bijna Pasen is?

Ah, liefje, weet je, dat het bijna Pasen is, dat weten de vogels misschien nog wel het beste van ons allemaal.

5 april (1)

‘Palmpasen voor de helft’


Mam, ik vind Palmpasen zo helemaal niet zo leuk.

Nee dat begrijp ik, jammer hé, dat de palmpaasstokmaakmiddag niet doorging.

Ja, ik vind de snoepjes altijd zo lekker en het broodje. Mag ik nog wel de snoepjes hebben en kunnen we anders thuis het broodhaantje bakken? Die vind ik het allerlekkerst van de Palmpaasstok.

Eh, liefje, die Palmpaasstok is er niet alleen voor het lekker, toch? Het gaat toch om het verhaal van Pasen, je weet toch dat al die delen van de Palmpaasstok symbolen zijn? Weet je nog waarom het broodje in de vorm van een haan is?

Nee, ik vergeet dat altijd.

Dat herinnert aan Petrus die Jezus verloochent, Petrus zegt drie keer dat hij Jezus niet kent, en dan kraait de haan.

O ja.

En de paaseitjes en de snoepjes die verwijzen naar het nieuwe begin en de belofte van de goede tijd die gaat komen, dat Jezus opstaat.

Maar mag het nou?

Eh, nou, de snoepjes en het broodje, je wilt dus een soort van de helft van het verhaal? Dan laat je dus het kruis weg waar Jezus aan sterft en het palmtakje van de mensen die Jezus binnenhalen als een koning en de kleuren die blij maken en de rozijnen die staan voor de 30 geldstukken die Judas krijgt voor zijn verraad.

O, maar die rozijnen wil ik ook wel.

Ja, hm. Weet je wat, ik ga jou straks het héle Paasverhaal vertellen en dan gaan we samen een broodhaantje bakken. Is dat een goed plan?   

Oké!

 

 

22 maart

Verhaal ter opmaat van de online kerkdienst van 22 maart 2020
door ds. Jantine Heuvelink



Mama, hoe gaat het nou verder met de dozen in de kerk, we gingen toch een hoge stapel maken?

Ja, liefje, dat dozenproject gaat nu niet verder.

Maar we zijn nog maar bij 16, het moeten er toch 40 worden en dan wordt het toch Pasen?!

Ja, dat is jammer, het was leuk, hè, om zo’n berg van dozen te maken?

Dus dit jaar wordt het geen Pasen… vind ik wel jammer.

Wat? Jawel, het wordt wel Pasen, alleen het veertigdagenproject, dat gaat niet door.

Maar dat moest toch, we moesten toch elke week verder bouwen en dan leren van Jezus op de berg om dan klaar te zijn met Pasen?

Ja, maar daar hangt Pasen niet van af, Pasen wordt het sowieso.

Hoe kan dat dan?

Weet je, het lijkt op jarig zijn. Elk jaar op je verjaardag vier je dat je eens geboren bent en hoe lang dat geleden is. Maar als je je verjaardag niet viert, betekent dat niet dat je niet geboren bent of niet ouder wordt. Je bent dan wel jarig, maar je hebt het niet feestelijk voorbereid. Met Pasen is het ook zo, dat bereiden we altijd 40 dagen voor, of eigenlijk 7 weken. En daarna ben je helemaal klaar om Pasen te vieren en dan is het echt feestelijk. Maar zonder al die voorbereiding, zoals die berg van 40 dozen die jullie gingen maken, zonder die voorbereiding wordt het nog steeds wel Pasen, hoor. En dat komt omdat Pasen al is geweest, net als dat je al geboren bent. Pasen is al gebeurd, dat kun je altijd vieren.

Ik snap het niet.

Pasen is het feest van een nieuw begin, van God die mensen laat leven in vrijheid en van Jezus die de mensen liet zien hoe dat kan, ook als je denkt dat het nooit meer wat wordt in deze wereld, of met jezelf. Dat viéren we met Pasen, maar dat wéten we nu al.

Oké… dus vorige week zei je dat je van God niet naar de kerk hoeft en nu zeg je dat je Pasen niet per se 40 dagen hoeft voor te bereiden…

Nee inderdaad het hoéft niet. Maar het is wel fijner, toch?

Ja. Mag ik kijken hoeveel dozen we in huis hebben en dan een stapel maken zo hoog als tot de hemel?

Ja hoor, dat mag, doe maar.