27 okt

‘Too many words’


Bij Nehemia 7:72b-8:18

Vrijdagnacht werd het laat, heel laat, omdat het maar niet lukte met de preek. Al die woorden!

Een lange lezing, met een lange inleiding en een lange preek had ik. Ik houd niet van lang. Too many words. Gisteravond, een nieuwe poging. Ook het opmaatverhaal dat ik al geschreven had sneuvelde en werd dit.

Ik houd van woorden, maar ze moeten wel wat zeggen. En in beeld, merkte ik bij het terugkijken, zijn woorden al snel te veel.

Behalve dan deze woorden: hier achter mij. Dit zonnescherm, dit kunstwerk bestaat uit alle pagina’s van de oude kanselbijbel. Van Genesis tot Openbaring.

Deze woorden zijn niet teveel. Deze woorden filteren het Licht.

11 okt

 ‘Welk huis?’ (bij Ezra 1 en 3: 1-6)


Mam?

Ja

Over welk huis gaat het?

Welk huis, wat bedoel je?

Dat van dat lied ‘de vreugde voert ons naar dit huis’, welk huis is dat?

Ah, dat bedoel je, daar wordt de kerk mee bedoeld.

Maar dat klopt dan toch niet?

Niet?

Nee daar zijn wij nu toch niet? Wij zijn toch thuis, in ons eigen huis? Als we niet in de kerk zijn dan kunnen we dat toch ook niet zingen over dat huis?

Nou, we kijken toch naar de dienst, we hebben toch wel de naam van de Oranjekerk met vreugde ingevoerd in google, dat telt toch ook wel, denk je niet?

Mwah.

Niet?

Nee.

O, oké. Maar weet je, los van dat huis, klopt verder wel alles aan dat lied.

Hoezo?

Nou ik ben wél blij dat ik de Oranjekerk heb ingevoerd bij google, en ook dat ik zingen kan, dat is het voordeel van thuis zijn😉. En bidden dat God ons draagt, dat wil ik ook en dat ik God ontdek in mijn leven. Dus verder klopt dit lied wel als een bus, hoor.

Oké, ik snap je redenering, maar die staat niet als een huis.

Hm, oké…

4 okt

Daniel in de Leeuwenkuil - ‘De leeuwentemmer’



Hee Daniel, waarom zit er een leeuw op je nek?

Hij viel me aan, zegt Daniel, en nu is hij getemd.

Alle mensen kijken bewonderend naar Daniel. Hoe doe je dat, een leeuw temmen?

Heel gewoon, zegt Daniel.

Niet bang zijn voor klauwen die je kunnen grijpen.

Niet bang zijn voor degenen die hun tanden wel in je willen zetten.

Niet bang zijn voor een aanval, maar denken aan wie je redt.

Huh, zeggen de mensen, en wie redt je dan uit de klauwen van een leeuw?

Het is maar net, zegt Daniel, wat je hooghoudt.

Als je het goede doet, dan zal het je goed gaan. Als je voor anderen zorgt, dan wordt er ook voor jou gezorgd.

Hé, Daniel, je zit te preken, gaat dit soms weer over jouw God?

Ja, zegt Daniel, want weet je, die leeuw zit wel op mijn nek, maar mijn God staat daarboven.

23 aug

‘Ga weg’


‘Ik ga het niet doen hoor, opa’, zegt Peter, ‘jou hier alleen laten. Mooi niet. Ik ga gewoon niet meer naar school, maar ik blijf hier bij jou. Dat gedoe met die mondkapjes en dat afstand houden gaat mij niet gebeuren. Mij krijgen ze niet bij jou weg’.

Tranen staan in Peters ogen. Wat was dat erg om opa al die maanden niet te mogen bezoeken. Opa nog langer zonder bezoek in het verzorgingshuis, het idee is onverdraaglijk. ‘Dat gaat niet gebeuren, daar ga ik voorliggen!’ zegt Peter fel.

‘Ga weg’, zegt opa. ‘Wat?’, vraagt Peter.

‘Ga weg’, zegt opa nu wat harder terwijl hij zich omdraait. ‘Ga terug naar huis, je moet niet hier zijn bij mij, doe je best op school, dat is belangrijker, dat is je basis voor je toekomst. Ik ben trots op jou, dat weet je toch. Ga terug, doe wat je moet doen, ook als het niet leuk is. Doe dat voor mij, leef je leven, ook al kost het moeite, echt, ik weet waar ik het over heb’.

Ga terug en hou vol, ik red mij wel, echt, het komt goed.

12 juli

'Zaaien'


‘Wat heb je nodig als je gaat zaaien?’ vraagt de juf.

De kinderen weten het meteen.

Je hebt een kuiltje nodig in de grond en daar stop je het zaadje in.

En je hebt water nodig, en licht en warmte, dan gaat het zaadje groeien.

En je moet de zaadjes niet te dicht bij elkaar planten, want dan hebben ze niet genoeg ruimte om te groeien.

De juf zucht. Alles wat de kinderen vertellen is waar, maar zij wilde graag het verhaal vertellen van de Zaaier, het verhaal dat Jezus de mensen vertelt, waarin het ook gaat om de goede grond die je nodig hebt en dat zaait niet ontkiemt als het op de weg terechtkomt, of op rotsachtige grond, of tussen de distels.

Jezus vertelt de gelijkenis om te laten zien hoe het gaat met het woord van God dat overal wordt gezaaid, maar alleen daar ontkiemt waar goede grond is, namelijk in mensen die het Woord horen én doen.

Dat verhaal over de zaaier en alle soorten grond, dat wil de juf vertellen.

Maar de kinderen hebben er geen oren naar.

Zij zijn vol van hun ervaringen met tuinkers en eigen gekweekte zonnebloemen.

En ja, ook daarmee doen zij het verhaal van de zaaier recht.

28 juni

‘Dit is het einde…’

*zucht* nu is bijna alles afgelopen. Het schooljaar is voorbij, straks nooit meer naar de basisschool. Schoolkamp is niet doorgegaan, gaat ook niet meer gebeuren. De eindborrel ook niet. En we hebben ook geen afsluiting van de sportclub, geen picknick. Alles is ineens voorbij, dit hele jaar is ineens voorbij. Afgelopen, einde.

Voorbij, hoe bedoel je voorbij? Alles begint toch juist: de zomer en de vakantie en dan eindelijk naar de middelbare school. Ik ga een nieuwe tas kopen en krijg een nieuwe laptop. En ik heb al plannen hoe ik mijn haar ga doen, ik wil hier een stuk blauw verven, alleen moet dat nog even mogen van mijn moeder.

Huh, oh, nou, voor mij voelt het vooral als dat alles nooit meer terugkomt…

Dat is ook zo, alles wordt helemaal anders en begint opnieuw. Maar dat is toch juist te gek, dat is toch juist het einde, joh!

14 juni

‘Gaan’


Dag mam, ik ga!

Waar ga je heen?

Naar het plein

Oké, wat ga je doen?

Spelen.

Met wie?

Weet ik nog niet

Doe je geen jas aan?

Nee, hoef ik niet

En heb je nou geen sokken aan?

Nee-ee

Ga je op de fiets?

Ik ga lopen

En wat doe je als er niemand is?

Dan kom ik weer naar huis, toch.

Oké, veel plezier.

Mam?

Ja

Ga je anders mee naar het plein?

Hoezo?

Dan zijn we in ieder geval al met z’n tweeën!

Ehm, nou weet je, ik heb m’n haar nog niet gedaan, en ik moet nog even opruimen en zo iemand bellen en ik weet niet precies wat je nou gaat doen, dus

Maham! Ga nou gewoon mee!